De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 4 juli 2023 een zaak betreffende een minderjarige en een verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing door de Raad voor de Kinderbescherming. De zaak was aangehouden sinds 8 juni 2023, waarna aanvullende informatie van de vader werd ingewonnen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de vader aan dat hij het niet begreep dat de Raad het verzoek handhaafde, omdat de ouders openstaan voor hulpverlening en deze ook ontvangen. De minderjarige verblijft in een voorziening met drie milieus en er is systeemtherapie gestart. De vader benadrukte dat er geen noodzaak is voor extra jeugdhulpverleners die de situatie kunnen belasten.
De gecertificeerde instelling zag geen rol voor extra hulpverlening. Na het horen van de vader trok de Raad het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in, uit vertrouwen in de hulpverlening en vrijwillige medewerking van de ouders.
De kinderrechter oordeelde dat het verzoek daarmee als afgedaan moest worden beschouwd en wees het verzoek af. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door de kinderrechter M.M. Janssen – Witteveen.