ECLI:NL:RBMNE:2023:3595

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
C/16/557246 / JL RK 23-372
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.M. Janssen – Witteveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing na intrekking Raad

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 4 juli 2023 een zaak betreffende een minderjarige en een verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing door de Raad voor de Kinderbescherming. De zaak was aangehouden sinds 8 juni 2023, waarna aanvullende informatie van de vader werd ingewonnen.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf de vader aan dat hij het niet begreep dat de Raad het verzoek handhaafde, omdat de ouders openstaan voor hulpverlening en deze ook ontvangen. De minderjarige verblijft in een voorziening met drie milieus en er is systeemtherapie gestart. De vader benadrukte dat er geen noodzaak is voor extra jeugdhulpverleners die de situatie kunnen belasten.

De gecertificeerde instelling zag geen rol voor extra hulpverlening. Na het horen van de vader trok de Raad het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in, uit vertrouwen in de hulpverlening en vrijwillige medewerking van de ouders.

De kinderrechter oordeelde dat het verzoek daarmee als afgedaan moest worden beschouwd en wees het verzoek af. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door de kinderrechter M.M. Janssen – Witteveen.

Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is afgewezen na intrekking door de Raad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/557246 / JL RK 23-372
Datum uitspraak: 4 juli 2023

Beschikking over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

locatie [locatie 1] , hierna te noemen: de Raad,
betreffende

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,

[belanghebbende 2] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2] .
De kinderrechter merkt als informant aan:

SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND,

locatie [locatie 2] , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

Het procesverloop

De kinderrechter heeft op 8 juni 2023 de zaak aangehouden.
De kinderrechter heeft naderhand kennisgenomen van een brief van de Raad van 12 juni 2023, ingekomen bij de griffie op 12 juni 2023.
Op 4 juli 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren verder behandeld.
Verschenen zijn:
- de vader;
- mevrouw [A] , namens de Raad;
- de heer [B] , namens de GI.
Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn [minderjarige (voornaam)] en moeder niet ter zitting verschenen.
Voor het verdere procesverloop en de vaststaande feiten wordt verwezen naar de beschikking van 8 juni 2023.

De standpunten

Vader heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij niet begrijpt dat de Raad het verzoek heeft gehandhaafd. Ouders staan open voor de hulpverlening en krijgen die ook. [minderjarige (voornaam)] verblijft in een driemilieu’s voorziening bij [instelling 1] en het gaat langzaam de goede kant met haar. Na elk omgangsweekend bij vader heeft hij een nabespreking met een begeleider vanuit [instelling 1] . Ook is er systeemtherapie opgestart waar tips en tools worden aangeleerd. In december 2022 hebben de ouders de Raad gevraagd hen te helpen om sneller een plek bij [instelling 1] te krijgen. Dat is niet gebeurd en uiteindelijk heeft [instelling 2] dat met de ouders voor elkaar gekregen. De vader begrijpt dan ook niet wat de Raad nu nog wil. Er hoeven geen grote beslissingen meer genomen te worden waarbij een jeugdhulpverlener naast ouders en [minderjarige (voornaam)] kan staan om de band tussen ouders en [minderjarige (voornaam)] niet te belasten, zoals de Raad nodig vindt.
De GI ziet geen rol voor een jeugdhulpverlener. Er is hulpverlening en de vader stelt zijn hulpvragen. Er komt dan alleen nog maar een extra hulpverlener bij met meer druk op de agenda.
De Raad heeft ter zitting, na het verkrijgen van de aanvullende informatie van vader ter zitting, het verzoek tot de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ingetrokken. De Raad heeft vertrouwen in de opgezette hulpverlening en de vrijwillige medewerking van de ouders.

De beoordeling

De kinderrechter overweegt het volgende. Nu de Raad het verzoek tot ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing voor [minderjarige (voornaam)] ter zitting heeft ingetrokken, zal de kinderrechter het verzoek beschouwen als afgedaan en dus afwijzen.

De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2023 door mr. M.M. Janssen – Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh als griffier, en op schrift gesteld op
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.