Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling
825,00(2,5 punten x tarief € 330,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen een zzp’er die elektronische installaties aanlegt en een bouwbedrijf dat onbetaalde facturen betwist. De zzp’er vordert betaling van negen onbetaalde facturen, wettelijke handelsrente en incassokosten.
De kantonrechter oordeelt dat het verweer van de bouwonderneming dat te veel uren zijn gefactureerd niet wordt gevolgd, omdat de urenadministratie en facturering steeds zijn geaccepteerd en onderbouwd met urenspecificaties, e-mails en WhatsApp-correspondentie. Ook het argument dat herstelwerkzaamheden door de opdrachtgever zelf zijn uitgevoerd en daarom in mindering gebracht hadden moeten worden, wordt verworpen wegens gebrek aan concrete afspraken.
Wel wordt het verweer gevolgd dat drie facturen gebaseerd zijn op een te hoog uurtarief van €45 in plaats van het afgesproken contante tarief van €25. Deze facturen worden daarom gecorrigeerd. De vordering wordt grotendeels toegewezen tot een bedrag van €7.998,08 plus wettelijke rente en incassokosten tot het wettelijk maximum. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van de onbetaalde facturen minus correctie voor drie facturen met lager uurtarief, plus wettelijke rente en incassokosten.