Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De stukken
- het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 8 november 2019 in de zaak tegen [minderjarige] met voormeld parketnummer, waarbij [minderjarige] is veroordeeld tot een jeugddetentie van 120 dagen, waarvan 116 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 3 jaren. Aan deze voorwaardelijke straf heeft de rechtbank – kort weergegeven – de volgende bijzondere voorwaarden verbonden: toezicht en begeleiding van Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE), contactverboden met de slachtoffers, een locatieverbod gedurende de eerste 2 jaar in de gemeente Leusden en een avondklok tijdens zijn verloven;
- de mededeling als bedoeld in artikel 366a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering die op 3 februari 2020 per post aan [minderjarige] is toegezonden;
- het advies van SAVE van 25 april 2022 tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf;
- de op 30 maart 2023 ter griffie ingekomen vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf;
- de overige stukken die zich in het dossier bevinden.