ECLI:NL:RBMNE:2023:3703

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
19 juli 2023
Zaaknummer
23/2426
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar herinrichtingsplan

Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het Integraal Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp (IPvE/FO) voor de herinrichting van een straat in Utrecht. Het college van burgemeester en wethouders heeft het bezwaar van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat het IPvE/FO geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is.

De voorzieningenrechter beoordeelt alleen of er sprake is van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers willen voorkomen dat de gemeente de plannen verder uitwerkt zonder hun varianten te bespreken. Echter, de inhoud van het herinrichtingsplan is niet aan de orde in de beroepsprocedure, die zich beperkt tot de ontvankelijkheid van het bezwaar.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers niet aannemelijk hebben gemaakt dat er op korte termijn onomkeerbare besluiten worden genomen of dat aannemers zijn gecontracteerd. De besluitvorming bevindt zich nog in de voorbereidingsfase. Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2426

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juli 2023 in de zaak tussen

[verzoeker 1] ,

[verzoeker 2]
[verzoeker 3]
[verzoeker 4]
[verzoeker 5]
[verzoeker 6]
[verzoeker 7] , en
[verzoeker 8] ,
allen uit [plaats] , verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht(het college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het Integraal Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp (IPvE/FO) voor de herinrichting van de [straat] in [plaats] . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
1.2.
Het college heeft op 27 februari 2023 het IPvE/FO vastgesteld voor de herinrichting van de [straat] . Met het bestreden besluit van 1 mei 2023 op het bezwaar van verzoekers heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
Geen spoedeisend belang
3. De rechtbank heeft verzoekers op 15 juni 2023 verzocht aan te geven wat zij met hun verzoek willen bereiken en het spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening nader te onderbouwen.
4. In reactie daarop hebben verzoekers in een e-mail van 28 juni 2023 aangegeven dat ze willen voorkomen dat de gemeente de plannen over de herinrichting van de [straat] zodanig verder uitwerkt en voortzet dat de varianten over de herinrichting die verzoekers voorstellen een gepasseerd station zijn. Vanuit de gemeente is hen meegedeeld dat de plannen over de herinrichting al zo ver zijn gevorderd dat varianten niet meer bespreekbaar zijn.
5. Het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend hangende beroep. In de beroepsprocedure is uitsluitend aan de orde de vraag of het college het door verzoekers ingediende bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit betekent dat een voorziening alleen kan gaan over de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en dat de inhoud van het herinrichtingsplan niet voorligt. Onder deze omstandigheden ontbreekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang.
6. Verzoekers hebben aangevoerd dat zij een spoedeisend belang hebben als het bezwaar ontvankelijk is en hun bezwaren tegen het inrichtingsplan inhoudelijk worden beoordeeld. Zij willen onomkeerbare besluitvorming door het college voorkomen. Zij noemen daarbij het contracteren van uitvoerders, het treffen van voorbereidingshandelingen en het vervolgen van het besluitvormingstraject waarin met wensen vanuit de bewoners weinig rekening wordt gehouden.
7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben verzoekers niet aannemelijk gemaakt dat op korte termijn sprake is van onomkeerbare gevolgen zoals verzoekers die stellen of van onomkeerbare besluiten, waartegen geen rechtsbescherming openstaat. De besluitvorming over de herinrichting van de Weerdsingel Oostzijde is nog in de voorbereidingsfase. Verzoekers hebben niet concreet gemaakt dat aannemers of uitvoerders zijn gecontracteerd of dat vergunningaanvragen worden voorbereid.
8. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.
besluit niet evident onrechtmatig
9. Bij het ontbreken van spoedeisend belang, kan alleen een voorlopige voorziening
worden getroffen als het besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit uiteindelijk in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is vooralsnog niet gebleken dat zeer ernstig moet worden getwijfeld aan de juistheid van het door het college ingenomen standpunt. Van een evident onrechtmatig besluit is geen sprake.

Conclusie en gevolgen

10. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.