De werknemer trad op 15 februari 2022 in dienst bij Fletcher Hotel Exploitaties B.V. met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die later werd voortgezet tot 28 februari 2023. Tijdens haar dienstverband werd zij ernstig ziek, maar bleef zij werken. Op 1 november 2022 stuurde zij een e-mail waarin zij aangaf haar werkzaamheden per direct te willen beëindigen vanwege gezondheidsredenen. De werkgever interpreteerde dit als een opzegging van de arbeidsovereenkomst en beëindigde het dienstverband per die datum.
De werknemer stelde echter dat zij zich slechts ziek wilde melden en niet haar arbeidsovereenkomst wilde opzeggen. Zij verzocht de kantonrechter om een verklaring voor recht dat zij niet had opgezegd en om betaling van loon over de periode november 2022 tot en met maart 2023. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende had voldaan aan haar onderzoeksplicht en informatieplicht over de financiële gevolgen van een opzegging. Het emotionele karakter van het gesprek en de ziekte van de werknemer maakten dat zij niet bewust was van de gevolgen van haar verklaring.
Daarom werd geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst niet per 1 november 2022 was geëindigd en dat de werkgever gehouden was het loon vanaf die datum te betalen. De arbeidsovereenkomst liep formeel af op 28 februari 2023, waarna geen loonbetaling meer verschuldigd was. De werknemer kreeg recht op 70% van haar loon over de periode november 2022 tot en met februari 2023, omdat zij niet aan alle re-integratieverplichtingen had voldaan. De wettelijke rente werd toegewezen, maar de wettelijke verhoging werd gematigd tot nihil. De werkgever werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten.