ECLI:NL:RBMNE:2023:3809

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 juni 2023
Publicatiedatum
25 juli 2023
Zaaknummer
23/292
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 6:10 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur instellen bij inzage persoonsgegevens

Eiser verzocht op 19 augustus en 9 september 2022 om inzage in zijn persoonsgegevens bij het Openbaar Ministerie. Op 13 september 2022 reageerde een medewerker dat er tijdens de strafzaak persoonsgegevens waren verwerkt, maar daarna niet meer, behalve GBA-gegevens. Eiser reageerde diezelfde dag dat hij inzage wenste en stelde op 19 oktober 2022 beroep in bij de rechtbank.

Het college stelde dat het e-mailbericht van 13 september 2022 als bezwaarschrift werd aangemerkt en dat het beroep prematuur was omdat er nog geen besluit op het bezwaar was genomen. De rechtbank gaf het college hierin gelijk en oordeelde dat op grond van de Awb eerst bezwaar moet worden gemaakt en daarop moet worden beslist voordat beroep kan worden ingesteld. De uitzonderingen hierop waren niet van toepassing.

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en stuurde het beroepschrift en de gronden van beroep terug naar het college om mee te nemen in de besluitvorming. De rechtbank gaf het college tevens het advies het bezwaar voortvarend te behandelen. Eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht en er werd geen zitting gepland omdat dat niet nodig werd geacht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingesteld voordat het bezwaar was beslist.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/292

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en

het College van procureurs-generaal, verweerder,

gemachtigde: mr. M.D. Groenewegen.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser van 19 oktober 2022.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
Eiser heeft op 19 augustus 2022 en op 9 september 2022 verzocht om inzage van zijn persoonsgegevens bij het Openbaar Ministerie (OM), ressortsparket Arnhem. In een emailbericht van 13 september 2022 heeft een medewerker van het OM verklaard dat er ten tijde van de strafzaak van eiser persoonsgegevens zijn verwerkt, maar daarna zijn er - anders dan de GBA-gegevens - geen andere persoonsgegevens van eiser meer verwerkt. Eiser heeft nog diezelfde dag per e-mail gereageerd dat hij inzage wil hebben in zijn gegevens.
Eiser heeft op 19 oktober 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland. [1] Dit beroep is doorgestuurd naar de rechtbank Midden-Nederland.
4. Het college heeft zich in zijn reactie van 16 november 2022 op het standpunt gesteld dat het e-mailbericht van 13 september 2022 een besluit is zonder rechtsmiddelenclausule en dat hij op het bezwaar van eiser daartegen zal beslissen. De reactie van eiser van 13 september 2022 is door het college dus kennelijk aangemerkt als bezwaarschrift. Het college stelt dat het beroep van eiser prematuur is, omdat er nog geen besluit op het bezwaar is genomen.
5. De rechtbank geeft het college hierin gelijk. Op grond van artikel 7:1, eerste lid, in samenhang met artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet eiser eerst bezwaar maken tegen een besluit en moet het college op dat bezwaar beslissen, voordat eiser beroep kan instellen bij de rechtbank. Hier bestaan wel uitzonderingen op, [2] maar die zijn hier niet van toepassing. Eiser heeft dus te vroeg beroep ingesteld. Er is ook geen situatie aan de orde waarbij het te vroeg instellen van beroep eiser niet verweten kon worden, zoals bedoeld in artikel 6:10 van Pro de Awb. Eiser had dus moeten wachten totdat het college op zijn bezwaar had beslist voordat hij beroep zou instellen bij de rechtbank.
6. Dit betekent dat het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk is. [3]
7. Het college moet op het bezwaar van eiser beslissen. De rechtbank zal het beroepschrift en de gronden van beroep van 21 november 2022 nogmaals aan het college toesturen om als aanvullende bezwaargronden bij de besluitvorming te betrekken. Zij geeft het college verder mee om het bezwaar voortvarend op te pakken, omdat het al enige tijd ligt en eiser graag snel een beluit wil.
8. Eiser krijgt geen gelijk. Hij krijgt het griffierecht dan ook niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2023.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.De zaak is daar geregistreerd onder nummer ARN 22/5087 AVG.
2.Zie artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder a tot en met g, van de Awb.
3.Artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb.