Uitspraak
1.De procedure
- het door de advocaat ondertekende verzoek om wraking;
- de schriftelijke reactie van de rechter.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een lopende civiele procedure. Verzoeker stelde dat de rechter hem niet serieus nam en hem herhaaldelijk afkapte, waardoor zijn recht op een eerlijk proces werd geschonden. Hij verwees onder meer naar een incident waarbij de rechter zijn verhaal over vermeende discriminatie door een gezinsvoogd niet toeliet.
De rechter heeft in haar schriftelijke reactie aangegeven dat zij zich onpartijdig opstelt en dat het afkappen van verzoeker bedoeld was om de discussie te beperken tot de relevante punten voor de beslissing. De wrakingskamer heeft de stukken en de mondelinge behandeling beoordeeld en geoordeeld dat de subjectieve beleving van verzoeker niet wordt ondersteund door objectieve feiten of omstandigheden.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn totdat het tegendeel is bewezen en dat het gezichtspunt van de procespartij weliswaar relevant is, maar niet doorslaggevend. De kamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en verklaarde het wrakingsverzoek daarom ongegrond.
De procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.