Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 16 december 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder ontving de ingebrekestelling prematuur, maar de rechtbank acht dit niet relevant gezien de inmiddels ruime overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser het beroep tijdig heeft ingesteld. Verweerder moet alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit nemen, met als uiterste termijn 1 juli 2024 conform eerdere jurisprudentie.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Eiser krijgt proceskostenvergoeding van €418,50 en het betaalde griffierecht van €50,- wordt aan eiser vergoed.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.L. Bressers op 27 juli 2023.