ECLI:NL:RBMNE:2023:3988

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 april 2023
Publicatiedatum
31 juli 2023
Zaaknummer
UTR 22/3576
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht

Eiser heeft op 12 juli 2022 bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, maar het bezwaar werd door verweerder doorgezonden naar de rechtbank als beroepschrift. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser het griffierecht van €50,- niet (op tijd) heeft betaald, wat een vereiste is volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft eiser op 30 september 2022 aangetekend verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen, maar deze brief werd niet afgehaald en retour gezonden. Vervolgens is een gewone brief gestuurd waarin werd aangegeven dat de termijn niet opnieuw begint te lopen. Omdat het griffierecht niet is ontvangen en eiser geen geldige reden heeft gegeven, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank heeft geen proceskosten toegekend en heeft de zaak zonder zitting behandeld. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 22/3576

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeente] , verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 12 juli 2022 bezwaar ingediend tegen het besluit van verweerder 4 mei 2022. Verweerder had echter op 23 juni 2022 al een beslissing genomen op het eerder ingediende bezwaar tegen de beslissing van 4 mei 2022.
Omdat er tegen een beslissing op bezwaar alleen beroep open staat heeft verweerder het bezwaar van 12 juli 2022 doorgezonden naar de rechtbank om als beroepschrift te behandelen.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 30 september 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. De aangetekend verzonden brief is door eiser niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, aan eiser ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 30 september 2022 niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.