Eiseres heeft op 8 maart 2021 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat uiterlijk op 4 mei 2021 had moeten beslissen. Verweerder heeft deze beslistermijn overschreden en ook na ontvangst van een ingebrekestelling op 29 juli 2021 geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat het bestuursorgaan de wettelijke beslistermijn heeft geschonden en wijst het beroep van eiseres toe. Verweerder wordt opgedragen binnen vier weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor eventuele verdere overschrijding.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €418,50 toegekend vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren en griffier P.W. Hogenbirk op 4 april 2023.