Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag voor een WIA-uitkering. De aanvraag werd ingediend op 7 september 2022, terwijl het UWV uiterlijk op 2 november 2022 had moeten beslissen. Deze termijn is overschreden.
Na ontvangst van een ingebrekestelling op 10 maart 2023 heeft het UWV nog geen besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat het bestuursorgaan verplicht is binnen vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en de dan verbeurde dwangsom vast te stellen. De dwangsom bedraagt € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 418,50 aan eiser, omdat eiser een professionele gemachtigde inschakelde. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 25 april 2023.