ECLI:NL:RBMNE:2023:4013

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
10482070
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallige premie autoverzekering na correctie schadevrije jaren

Op 30 mei 2022 heeft de verzekerde online een autoverzekering aangevraagd bij FBTO, waarbij hij 25 schadevrije jaren opgaf. Na controle in Roy-data stelde FBTO vast dat dit onjuist was en paste het aantal schadevrije jaren aan naar 0, wat leidde tot een hogere premie. De verzekerde werd hierover geïnformeerd, maar betaalde het verschil niet en beëindigde de verzekering per 31 juli 2022.

FBTO vordert betaling van het achterstallige bedrag van €195,62, vermeerderd met rente en incassokosten. De verzekerde betwist de vordering en stelt dat hij nooit een polis heeft ontvangen en niet geaccepteerd zou zijn.

De rechtbank oordeelt dat de verzekerde wel degelijk een verzekeringsovereenkomst is aangegaan en de berichten van FBTO heeft ontvangen. De verzekerde is gehouden het juiste premieverschil te betalen, inclusief rente en incassokosten. Tevens wordt hij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van het premieverschil, rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10482070 \ UC EXPL 23-2980
Vonnis van 23 augustus 2023
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., handelend onder de naam FBTO,
gevestigd te Apeldoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: FBTO,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het proces-verbaal van de rolzitting waar [gedaagde] mondeling op de dagvaarding heeft gereageerd (conclusie van antwoord)
- de conclusie van repliek
- het proces-verbaal van de rolzitting waar [gedaagde] mondeling op de repliek heeft gereageerd (conclusie van dupliek).
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Waar deze zaak over gaat

2.1.
Op 30 mei 2022 is op naam van [gedaagde] online een autoverzekering aangevraagd bij FBTO. In de aanvraag heeft [gedaagde] vermeld dat hij 25 schadevrije jaren had. FBTO heeft de aanvraag diezelfde dag geaccepteerd en per e-mail de polis aan [gedaagde] toegestuurd met een maandpremie van € 74,09. In de begeleidende e-mail schrijft FBTO dat zij het opgegeven aantal schadevrije jaren zal controleren in Roy-data en dat de premie daardoor mogelijk hoger of lager wordt. Na controle in Roy-data heeft FBTO 17 juni 2022 een e-mail aan [gedaagde] gestuurd dat zij het door hem opgegeven aantal schadevrije jaren niet terugvond in Roy-data. FBTO heeft [gedaagde] daarbij gewezen op de mogelijke oorzaken hiervan en wat hij kon doen om ervoor te zorgen dat het juiste aantal schadevrije jaren in Roy-data zou komen te staan. Verder heeft FBTO in de e-mail geschreven dat als [gedaagde] voor 1 juli 2022 niets zou doen het aantal schadevrije jaren aangepast zou worden naar 0, waardoor de premie zou stijgen. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd waarna FBTO hem op 15 juli 2022 een nieuwe polis heeft toegestuurd met een maandpremie van € 171,90. In de begeleidende e-mail schrijft FBTO dat [gedaagde] over de periode van 30 mei tot 30 juli nog € 195,62 moet bijbetalen. [gedaagde] heeft dit bedrag niet betaald en heeft de verzekering per 31 juli 2022 beëindigd.
2.2.
FBTO vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 195,62, vermeerderd met rente (tot de dagvaarding € 3,97) en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] is het niet eens met de vordering en vraagt de kantonrechter om die af te wijzen. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De vordering van FBTO wordt toegewezen. De kantonrechter legt hierna uit waarom dat zo is.
3.2.
[gedaagde] stelt dat collega’s online een autoverzekering voor hem hebben aangevraagd, maar dat hij nooit een polis heeft gekregen. Hij zou in eerste instantie geaccepteerd zijn met 25 schadevrije jaren en nadien te horen hebben gekregen dat hij toch niet was geaccepteerd. [gedaagde] zegt dus zelf dat hij online een verzekering heeft aangevraagd en daarover tenminste twee keer bericht heeft gekregen. De kantonrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] in elk geval de berichten van 30 mei 2022 (acceptatie aanvraag en polis) en 15 juli 2022 (aanpassing schadevrije jaren) heeft ontvangen. De inhoud van die berichten komt namelijk overeen met wat [gedaagde] daarover vertelt. Als [gedaagde] geen berichten van FBTO zou hebben gekregen, zou hij de verzekering ook niet hebben kunnen beëindigen.
3.3.
Daarmee staat vast dat [gedaagde] een verzekeringsovereenkomst met FBTO heeft gesloten en dat hij de verschuldigde premie - passend bij het juiste aantal schadevrije jaren - aan FBTO moet betalen. FBTO heeft al twee keer € 74,09 ontvangen middels automatische incasso. De resterende € 195,62 moet [gedaagde] nog betalen. Dat is twee keer het verschil tussen € 74,09 en € 171,90.
3.4.
Omdat [gedaagde] dat bedrag niet op tijd heeft betaald moet hij ook de gevorderde rente en incassokosten betalen. De rente tot aan de dagvaarding en de buitengerechtelijke incassokosten zijn correct berekend en aan de wettelijke eisen is voldaan.
3.5.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van FBTO als volgt vastgesteld:
- dagvaarding € 130,49
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde €
78,00(2 punten x tarief € 39,00)
Totaal € 336,49

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan FBTO te betalen een bedrag van € 247,99, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 195,62, met ingang van 17 april 2023, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van FBTO tot dit vonnis vastgesteld op € 336,49,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.