Op 16 september 2022 sloten eisers en gedaagden een koopovereenkomst voor een woning met een koopprijs van €350.000,-. Gedaagden voldeden niet aan hun betalingsverplichting, waardoor de koop niet doorging. Eisers ontbonden de overeenkomst en vorderden betaling van de contractuele boete van 10% van de koopsom, €35.000,-, vermeerderd met rente en incassokosten.
Gedaagde sub 1 verscheen niet en verstek werd verleend. Gedaagde sub 2 voerde aan dat zij was opgelicht door haar ex-partner en niet betrokken was bij de koop, maar dit verweer werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn omdat zij samen de koopovereenkomst hebben getekend en zich daarmee verbonden.
De rechtbank wees het beroep op matiging af, omdat eisers daadwerkelijk schade leden doordat de woning vier maanden later voor een aanzienlijk lager bedrag werd verkocht. De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen tot het wettelijke tarief. Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van de boete, rente, incassokosten en proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.