ECLI:NL:RBMNE:2023:4069
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als uitzendkracht in de thuiszorg, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat haar arbeidsongeschiktheid 0% bedroeg, waarna de uitkering werd geweigerd. Na bezwaar en aanvullend onderzoek werd de belastbaarheid gewijzigd, maar bleef de arbeidsongeschiktheid onder de 35%.
Eiseres voerde aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat de geduide functies haar belastbaarheid overschreden. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de juiste vertaalslag van de medische situatie vormt. De door eiseres ingebrachte beperkingen waren onvoldoende onderbouwd of reeds in de FML verwerkt.
De arbeidsdeskundige had een functie laten vervallen en de overige functies bleken passend binnen de belastbaarheid. De rechtbank constateerde dat het UWV het besluit zorgvuldig had onderbouwd, ondanks een motiveringsgebrek dat met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro werd gepasseerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat haar arbeidsongeschiktheid onder de 35% blijft.