Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, die sinds 2009 arbeidsongeschikt is en een WIA-uitkering ontvangt, verzocht op 20 april 2020 om een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid wegens verslechtering van haar ziektebeeld. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 76,78% en besloot de uitkering niet te wijzigen. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat haar beperkingen, waaronder ernstig geheugenverlies en concentratieproblemen gerelateerd aan depressie en PTSS, ernstiger zijn dan aangenomen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de medische situatie van eiseres op overtuigende wijze heeft onderbouwd, waarbij de verzekeringsarts B&B concludeerde dat de klachten niet voldoende geobjectiveerd waren om beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst op te nemen. De arbeidsdeskundige B&B berekende dat eiseres met de vastgestelde beperkingen 23,22% van haar oorspronkelijke loon kan verdienen, wat overeenkomt met een arbeidsongeschiktheid van 76,78%.
De rechtbank wijst het beroep van eiseres af omdat zij onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om het bestreden besluit te betwisten. De WIA-uitkering blijft ongewijzigd en de gemaakte proceskosten worden niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter R.J. van Lochem en griffier J.G.M. Koning op 3 augustus 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres voor 76,78% arbeidsongeschikt is, waardoor haar WIA-uitkering niet wijzigt.