ECLI:NL:RBMNE:2023:4080
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling voorlopig rekensaldo bijdragevervangende belasting gemoedsbezwaarde
Eiseres, erkend als gemoedsbezwaarde onder de Zorgverzekeringswet, betwistte het door het CAK vastgestelde voorlopig rekensaldo van €3.364,- voor 2022, omdat zij het bedrag onduidelijk vond en niet kon controleren. Het CAK baseerde dit saldo op de bijdragevervangende belasting die de Belastingdienst voor 2021 en 2022 had vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar stelling onvoldoende had onderbouwd en dat het bedrag volgens de wet- en regelgeving correct was vastgesteld. De bijdragevervangende belasting wordt door de Belastingdienst ingehouden op het inkomen of de uitkering van eiseres, waardoor er geen extra afschrijvingen zijn.
Eiseres had verzocht om aanvullende financiële stukken in te dienen, maar de rechtbank wees dit af wegens strijd met de goede procesorde. Ook de algemene kritiek op het zorgstelsel kon niet leiden tot een oordeel over het bestreden besluit.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 30 mei 2023 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het CAK over het voorlopig rekensaldo bijdragevervangende belasting is ongegrond verklaard.