ECLI:NL:RBMNE:2023:4089

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
4 augustus 2023
Zaaknummer
UTR 23/852
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn toegewezen

Verzoekster heeft op 24 februari 2023 beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt omdat het bestuursorgaan niet tijdig een besluit nam. Op 21 maart 2023 is alsnog een besluit genomen, waarna verzoekster het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevraagd. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, omdat zij voldoende informatie had. Op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoet is gekomen.

De rechtbank concludeert dat verweerder geen bezwaar heeft tegen vergoeding van de proceskosten en stelt deze vast op €418,50, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €184,- vergoeden. De uitspraak is gedaan op 2 augustus 2023.

Uitkomst: Verzoek om vergoeding van proceskosten van €418,50 en griffierecht van €184,- wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/852

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2023 in de zaak tussen

[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,

(gemachtigde: mr. R.V. Lie-A-Lien),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Op 24 februari 2023 heeft verzoekster beroep ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist. Op 21 maart 2023 heeft verweerder alsnog een besluit genomen. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op
€ 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoekster betalen
(artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten van € 418,50 toe;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.C. Hak, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2023.
De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.