ECLI:NL:RBMNE:2023:4150

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 juli 2023
Publicatiedatum
8 augustus 2023
Zaaknummer
16.291630.21
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in ontnemingsvordering na vrijspraak

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 29 juni 2023 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €4.850,00 tegen de verdachte geboren in 1998. De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak.

Op 13 juli 2023 sprak de rechtbank de verdachte vrij van het feit waarop de ontnemingsvordering betrekking had. Gezien artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht vereist een ontnemingsvordering een veroordeling. Omdat die ontbreekt, kan het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering tot ontneming.

De rechtbank besloot daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.291630.21 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[veroordeelde]
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen: [veroordeelde] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 juni 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen veroordeelde en A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

2.BEOORDELING VAN DE VORDERING

2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt om de vordering tot ontneming af te wijzen.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – gelet op de bepleite vrijspraak– aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.
2.3
Het oordeel van de rechtbank
De ontnemingsvordering van 1 maart 2023 houdt in de vordering dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel van € 4.850,00.
[veroordeelde] is bij vonnis van 13 juli 2023 vrijgesproken van het feit waarop deze ontnemingsvordering ziet. Nu daarmee geen sprake is van een veroordeling, zoals is vereist op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, kan het Openbaar Ministerie niet worden ontvangen in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank zal de officier van justitie dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

3.BESLISSING

De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck. voorzitter, mrs. A.M.M. Lemmen en B. Vis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Wolters, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juli 2023.
De griffier, de jongste rechter en de oudste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.