Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.Het verloop van de procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De beoordeling
1.079,00
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser is sinds 1988 huurder van een woning waarin ook zijn zoon, gedaagde, verblijft zonder medehuurderschap of recht op verblijf. Sinds maart 2021 is er sprake van toenemende spanningen en regelmatig fysiek en verbaal geweld tussen partijen, wat leidde tot politie-interventies en bemiddeling waarbij gedaagde zou vertrekken.
Ondanks toezeggingen en sommaties is gedaagde niet vertrokken, wat eiser financieel benadeelt door kortingen op huurtoeslag en AOW-uitkering. Gedaagde stelt dat hij wil vertrekken maar door financiële beperkingen en de krappe woningmarkt niet kan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde zonder recht of titel verblijft en dat de bodemrechter waarschijnlijk de ontruimingsvordering zal toewijzen. De belangenafweging weegt in het voordeel van eiser, mede gezien de lange inschrijving van gedaagde bij Woningnet en het gebrek aan concrete stappen om te vertrekken.
De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van 14 dagen, waarna eiser de ontruiming met deurwaarder kan effectueren. Kosten voor ontruiming worden afgewezen, maar gedaagde wordt veroordeeld in proces- en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de huurwoning binnen 14 dagen te ontruimen, met mogelijkheid tot ontruiming door deurwaarder.