ECLI:NL:RBMNE:2023:4151

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 augustus 2023
Publicatiedatum
9 augustus 2023
Zaaknummer
C/16/559319 / KG ZA 23-365
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 lid 3 RvArt. 555 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming zoon uit huurwoning wegens escalaties en financieel nadeel huurder

Eiser is sinds 1988 huurder van een woning waarin ook zijn zoon, gedaagde, verblijft zonder medehuurderschap of recht op verblijf. Sinds maart 2021 is er sprake van toenemende spanningen en regelmatig fysiek en verbaal geweld tussen partijen, wat leidde tot politie-interventies en bemiddeling waarbij gedaagde zou vertrekken.

Ondanks toezeggingen en sommaties is gedaagde niet vertrokken, wat eiser financieel benadeelt door kortingen op huurtoeslag en AOW-uitkering. Gedaagde stelt dat hij wil vertrekken maar door financiële beperkingen en de krappe woningmarkt niet kan.

De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde zonder recht of titel verblijft en dat de bodemrechter waarschijnlijk de ontruimingsvordering zal toewijzen. De belangenafweging weegt in het voordeel van eiser, mede gezien de lange inschrijving van gedaagde bij Woningnet en het gebrek aan concrete stappen om te vertrekken.

De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van 14 dagen, waarna eiser de ontruiming met deurwaarder kan effectueren. Kosten voor ontruiming worden afgewezen, maar gedaagde wordt veroordeeld in proces- en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de huurwoning binnen 14 dagen te ontruimen, met mogelijkheid tot ontruiming door deurwaarder.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/559319 / KG ZA 23-365
Vonnis in kort geding van 11 augustus 2023
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: eiser,
advocaat: mr. J.C. Hesen te Utrecht,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Eiser heeft op 13 juli 2023 een dagvaarding met 10 producties uitgebracht en gedaagde opgeroepen om te verschijnen in kort geding.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 4 augustus 2023. Bij de mondelinge behandeling was eiser, bijgestaan door mr. Hesen aanwezig. Gedaagde was eveneens bij de mondelinge behandeling aanwezig. Door en namens beide partijen zijn de standpunten verder toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de voorzieningenrechter. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Daarna volgt dit vonnis.

2.Waar gaat deze zaak over?

2.1.
Eiser huurt sinds 1 juli 1988 een eengezinswoning aan de [adres] in [plaats] . Naast eiser verblijft ook gedaagde, de zoon van eiser, in voornoemde woning.
2.2.
Volgens eiser is er sinds maart 2021 sprake van toenemende spanningen tussen hem en gedaagde. Eiser stelt dat er vanuit gedaagde jegens hem sprake is van verbaal en fysiek geweld. Vanwege deze situatie heeft er meerdere malen een interventie door de politie plaatsgevonden en is er onderzoek door Veilig Thuis gedaan. Tevens heeft er bemiddeling van het [.] [..] plaatsgevonden, waarbij is afgesproken dat gedaagde de woning zou verlaten. Ondanks diverse toezeggingen van gedaagde om de woning te verlaten en nadien verstuurde sommaties van de advocaat van eiser in dat verband is gedaagde niet uit de woning vertrokken.
2.3.
Eiser stelt dat het verblijf van gedaagde in de woning ook negatieve financiële consequenties voor hem heeft. Volgens eiser moet hij 40% van zijn inkomen missen omdat hij door het verblijf van gedaagde in zijn woning wordt gekort op zijn huurtoeslag en aanvullende AOW-uitkering. Om de fysieke, psychische en financiële schade niet verder te laten oplopen stelt eiser een spoedeisend belang te hebben bij de door hem ingestelde vorderingen in dit kort geding. Eiser vordert – samengevat – gedaagde te veroordelen om de woning aan de [adres] in [plaats] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten, met machtiging van eiser om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren, op kosten van gedaagde en zo nodig met behulp van de sterkte arm, met compensatie van de proces- en nakosten.
2.4.
Volgens gedaagde wil hij de woning wel verlaten maar is dat tot nu toe nog niet gelukt in verband met zijn beperkte financiële middelen en het niet kunnen vinden van passende vervangende woonruimte.

3.De beoordeling

Spoedeisend belang
3.1.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de vorderingen van eiser in kort geding alleen toewijsbaar zijn indien in hoge mate aannemelijk is dat ook de bodemrechter tot toewijzing van de vordering zal komen. Daarnaast dient eiser ook voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorzieningen te hebben.
3.2.
Niet in geschil is dat er tussen partijen sprake is van oplopende spanningen. Eiser stelt zich door het gedrag van gedaagde onveilig te voelen in zijn woning zo lang gedaagde daar ook woont. Daarmee heeft eiser een spoedeisend belang om dit in zijn ogen onrechtmatige handelen te voorkomen.
Gedaagde moet de woning ontruimen
3.3.
Bij de beoordeling is het volgende van belang. Gedaagde verblijft tegen de wil van eiser in zijn huurwoning. De situatie tussen beide partijen escaleert regelmatig en het verblijf van gedaagde zorgt naast spanning en stress ook voor negatieve financiële gevolgen voor eiser nu gedaagde geen bijdrage levert aan de kosten van de huishouding. Tevens is het verblijf van gedaagde van negatieve invloed op de huurtoeslag en aanvullende AOW-uitkering van eiser.
3.4.
Gedaagde is geen medehuurder. Hij verblijft dan ook zonder en recht of titel in de huurwoning van eiser. Daar komt bij dat ook gedaagde zelf diverse malen heeft aangegeven uit de huurwoning te willen vertrekken. Ondanks diverse toezeggingen van gedaagde om de woning te verlaten heeft hij dat tot op heden (nog) niet gedaan. Dat gedaagde weinig financiële ruimte heeft en er sprake is van een krappe woningmarkt zijn geen omstandigheden die het verblijf van gedaagde in de woning rechtvaardigen. Gedaagde staat tenslotte al 18 jaar bij Woningnet ingeschreven waardoor het aannemelijk is dat gedaagde inmiddels goede mogelijkheden heeft om op korte termijn andere woonruimte te realiseren. Bovendien heeft gedaagde bijna twee jaar de tijd gehad om op zoek te gaan naar alternatieve woonruimte nu de eerste gesprekken over zijn vertrek uit de huurwoning dateren van september 2021. Gedaagde is daarnaast meerdere malen door (de advocaat van) eiser aangemaand om de huurwoning te verlaten, waarbij tevens een ontruimingsprocedure is aangezegd. Uit niets is gebleken dat gedaagde daadwerkelijk actief heeft gezocht naar alternatieve woonruimte en in het vervolg daarop concrete stappen heeft ondernomen om de woning te verlaten. Dit had hij wel moeten doen. Gezien de voorstaande omstandigheden moet dat voor zijn rekening en risico blijven.
3.5.
Al met al is voldoende aannemelijk dat, nu gedaagde zonder recht of titel in de huurwoning van eiser verblijft, de bodemrechter de ontruimingsvordering zal toewijzen. Een belangenafweging maakt dat gezien de hiervoor beschreven omstandigheden niet anders. Nu is voldaan aan het criterium onder 3.1 zal de vordering tot ontruiming worden toegewezen. De ontruimingstermijn zal op 14 dagen worden gesteld, waarbij eiser, indien gedaagde niet vrijwillig aan de veroordeling tot ontruiming voldoet, de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder kan bewerkstelligen.
Ontruimingskosten
3.6.
Eiser heeft tevens een vergoeding voor de kosten voor de ontruiming van het gehuurde gevorderd. Dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen. Ingevolge artikel 237 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt het bedrag van de kosten waarin de verliezende partij wordt veroordeeld bij het vonnis vastgesteld, voor zover die kosten vóór de uitspraak zijn gemaakt. Daarvan is bij ontruimingskosten geen sprake; dit zijn immers kosten die na het ontruimingsvonnis (mogelijk) worden gemaakt. Ten tijde van het ontruimingsvonnis staat immers nog niet vast of deze kosten zullen worden gemaakt en zo ja, in welke omvang.
Proces- en nakosten
3.7.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:
- dagvaarding € 129,86
- griffierecht € 86,00
- salaris advocaat €
1.079,00
totaal € 1.294,86
3.8.
Eiser vordert ook betaling van de nakosten. Nakosten zijn de kosten die worden gemaakt om de partij die in het ongelijk is gesteld te bewegen aan het vonnis te voldoen. De nakosten zullen als onweersproken op de in de beslissing weergegeven wijze worden toegewezen. De explootkosten van betekening van dit vonnis zullen echter worden afgewezen omdat deze kosten slechts toewijsbaar zijn als zij in redelijkheid zijn gemaakt, hetgeen niet op voorhand te beoordelen is.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt gedaagde om de woning aan de [adres] in [plaats] binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten, met afgifte van de sleutels aan eiser en met medeneming van zijn persoonlijke eigendommen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. in samenhang met artikel 444 Rv Pro bepaalde;
4.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 1.294,86;
4.3.
veroordeelt gedaagde, onder de voorwaarde dat hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door eiser volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 173,00 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen met € 90,00, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden;
4.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. van Ommeren en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2023.
BEv(M 4998)