Eiseres, een gerechtsdeurwaarderskantoor, vordert in kort geding dat gedaagde, bestuurder van een concurrerend kantoor, wordt veroordeeld om de samenwerking met een ex-werknemer te staken en zich te onthouden van het benaderen van klanten van eiseres. Dit naar aanleiding van een geheimhoudingsovereenkomst met een boeteclausule die het werven van werknemers en klanten verbiedt gedurende 36 maanden.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst de uitleg van de overeenkomst volgens de Haviltexnorm en concludeert dat het verbod ziet op het initiatief van gedaagde om werknemers en klanten te werven, niet op het louter bedienen van klanten of het aannemen van werknemers die zelf contact zoeken. Uit het bewijs blijkt dat de ex-werknemer zelf contact heeft gezocht en dat gedaagde geen initiatief tot werving heeft genomen.
Ook is onvoldoende aannemelijk geworden dat gedaagde klanten van eiseres doelgericht heeft geworven. Het contact met de betreffende klant kwam op initiatief van die klant en niet door actieve benadering van gedaagde. Gezien het ontbreken van voldoende onderbouwing worden de vorderingen afgewezen en veroordeelt de voorzieningenrechter eiseres in de proceskosten.