ECLI:NL:RBMNE:2023:4314
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijke geldstromen
Eisers ontvingen sinds 2009 een bijstandsuitkering die per 16 februari 2022 werd ingetrokken omdat verweerder het recht op bijstand niet kon vaststellen. Eisers hadden een nieuwe aanvraag ingediend die eveneens werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 21 april 2023.
Verweerder baseerde de intrekking op een fraudemelding over vermeerde werkzaamheden van eiser in een illegale autospuiterij en het niet melden van autobezit. Uit onderzoek bleek dat eisers weinig uitgaven deden, geen kasopnames hadden en contant geld ontvingen van hun kinderen. Hoewel eiser op het bedrijventerrein werd gezien, vond de rechtbank dit onvoldoende bewijs voor op geld waardeerbare activiteiten.
De rechtbank oordeelde dat de onderzoeksgegevens onvoldoende waren om vast te stellen dat eiser daadwerkelijk werkte in de garagebox. Wel werd vastgesteld dat eisers de inlichtingenplicht schonden door het autobezit niet te melden en dat er sprake was van onduidelijke contante geldstromen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De nieuwe aanvraag van 7 april 2022 werd terecht afgewezen omdat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat hun situatie was veranderd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht en onduidelijke geldstromen.