Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de zorgverzekeraar van 15 december 2022. Vervolgens heeft de zorgverzekeraar het bestreden besluit ingetrokken en verzocht de rechtbank de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van een nieuwe beslissing.
Verzoeker gaf aan dat bij intrekking van het besluit de beroepsprocedure beëindigd moet worden en dat de proceskosten vergoed dienen te worden. De zorgverzekeraar stemde in met een proceskostenvergoeding onder de voorwaarde dat het beroep werd ingetrokken, wat verzoeker vervolgens deed.
De rechtbank heeft zonder zitting geoordeeld dat de zorgverzekeraar de proceskosten van verzoeker moet vergoeden conform de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De proceskosten zijn vastgesteld op € 837,- plus het griffierecht van € 50,-. De uitspraak is openbaar gedaan op 17 juli 2023.