ECLI:NL:RBMNE:2023:4375

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
UTR 23/574
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:24 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken geldige machtiging

Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gemachtigde van eiser geen geldige machtiging heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij bevoegd is het beroep namens eiser in te stellen.

De rechtbank heeft de gemachtigde tweemaal verzocht om binnen een gestelde termijn alsnog de benodigde machtiging te overleggen, maar deze is niet ontvangen. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Hierdoor kon de rechtbank niet vaststellen dat de gemachtigde bevoegd was om namens eiser op te treden.

Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en zal het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 23 augustus 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/574

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2023 in de zaak tussen

[vertegenwoordiger] ( [bedrijf] ), veronderstellend handelend namens,

[eiser], uit [woonplaats] , eiser
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden.

Procesverloop

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden van 20 december 2022.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen [1] . Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren [2] .
4. Het beroepschrift is ingediend door [vertegenwoordiger] . Zij vermeldt daarin dat zij de gemachtigde is van [eiser] . [vertegenwoordiger] heeft een machtiging bijgevoegd waaruit volgt dat zij gemachtigde is van [eiser] . Zij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging gevoegd waaruit blijkt dat zij gemachtigd is om het beroep in te stellen namens [eiser] . De rechtbank heeft [vertegenwoordiger] bij brief van 22 februari 2023 verzocht om binnen vier weken alsnog een machtiging van [eiser] over te leggen. [vertegenwoordiger] heeft binnen die termijn geen geldige machtiging ingediend. De rechtbank heeft [vertegenwoordiger] bij aangetekende brief van 13 juni 2023 nogmaals verzocht om binnen vier weken de gevraagde machtiging in te dienen. De rechtbank heeft binnen de termijn geen machtiging ontvangen.
5. [vertegenwoordiger] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
6. Nu [vertegenwoordiger] geen geldige machtiging heeft overgelegd, kan de rechtbank niet vaststellen of zij het beroep namens [eiser] mocht instellen. Uit het beroepschrift blijkt ook niet dat [vertegenwoordiger] de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk [3] . Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Dit staat in artikel 8:54 van Pro de Awb.