Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
mr. B.P.J. Heinrici, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van aangeefster, [aangeefster] , namens haar zoon [slachtoffer] , inhoudende, zakelijk weergegeven: [2]
proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de beschrijving van het letsel van aangever, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , inhoudelijk, zakelijk weergegeven: [3]
proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de beschrijving van het filmpje van het gevecht tussen verdachte en aangever, afkomstig van de website [website] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , inhoudelijk, zakelijk weergegeven: [4]
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2023, inhoudende, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- Meewerken aan reclasseringstoezicht
- Niet naar het buitenland
- Ambulante behandeling
- Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
- Drugsverbod
- Alcoholverbod
- Contactverbod
- Locatiegebod (met elektronische monitoring)
- Dagbesteding
- Inzage in financiën
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een jeugddetentie van 8 (acht) maanden;
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
niet zal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast, op grond van het feit dat
proeftijd van twee (2) jarenvast;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 11.673,33, bestaande uit een vergoeding van € 3.173,33 voor materiële schade en een vergoeding van € 8.500,00 voor immateriële schade;
- wijst de vergoeding met betrekking de schade aan de jas van [slachtoffer] af;
- verklaart [slachtoffer] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 5 september 2022 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 11.673,33 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 5 september 2022 tot de dag van volledige betaling; bij niet betaling wordt geen gijzeling toegepast;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;