ECLI:NL:RBMNE:2023:4402
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering wegens gerechtvaardigd vertrouwen verdachte
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 augustus 2023 de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming tegen verdachte. Het openbaar ministerie stelde zich niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering omdat bij verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen was gewekt dat deze vordering zou komen te vervallen.
De verdediging voerde eveneens aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van het vertrouwensbeginsel. Subsidiair stelde zij dat het wederrechtelijk verkregen voordeel gelijk moest worden gesteld aan de huuropbrengsten.
De rechtbank stelde vast dat op 15 december 2021 een e-mail van een medewerker van het openbaar ministerie aan de raadsvrouw van verdachte was verzonden waarin werd meegedeeld dat de ontnemingsvordering in zijn geheel zou vervallen. Dit bericht was namens de officier van justitie verstuurd. De rechtbank oordeelde dat verdachte hierdoor gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de ontnemingsvordering zou vervallen en dat het openbaar ministerie daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens gerechtvaardigd vertrouwen van verdachte.