ECLI:NL:RBMNE:2023:4404

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 augustus 2023
Publicatiedatum
24 augustus 2023
Zaaknummer
UTR 23/2643
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening intrekking keuringsbevoegdheid APK

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de intrekking van zijn keuringsbevoegdheid voor het verrichten van APK-keuringen van voertuigen tot 3500 kg. Het primaire besluit introk deze bevoegdheid voor vier weken, waarvan twee voorwaardelijk. Na correctie handhaafde verweerder de intrekking voor zes weken. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 8 augustus 2023, waarbij verzoeker niet verscheen. Uit de verzendadministratie bleek dat verzoeker de uitnodiging niet had afgehaald. Telefonisch gaf verzoeker aan het verzoek te willen intrekken omdat de intrekkingsperiode voorbij was en het griffierecht niet was betaald. Schriftelijk intrekken werd niet ontvangen.

De voorzieningenrechter constateerde dat het griffierecht niet was voldaan en dat dit niet verontschuldigbaar was. Daarnaast ontbrak spoedeisend belang doordat de intrekkingsperiode was verstreken. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2643

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 augustus 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

de Algemeen Directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Thomas).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de intrekking van verzoekers keuringsbevoegdheid voor het verrichten van Apk-keuringen van voertuigen tot en met 3500 kg voor de duur van zes weken.
Op 23 mei 2023 ontvangt verzoeker een beslissing op zijn bezwaar waarin staat dat in het primaire besluit van 20 april 2023 stond dat zijn keuringsbevoegdheid voor de duur van vier weken wordt ingetrokken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Daarnaast volgt uit dit besluit dat verzoekers bezwaar wordt ongegrond verklaard.
Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 meldt verweerder dat het besluit van 23 mei 2023 onjuistheden bevat en dat het wordt ingetrokken. Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 blijft verweerder de intrekking van verzoekers keuringsbevoegdheid voor de duur van zes weken.
Verzoeker heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Verzoeker is – zonder bericht – niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoeker is niet op de zitting van 8 augustus 2023 verschenen. Uit de verzendadministratie van de rechtbank blijkt dat verzoeker op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd, maar dat verzoeker de uitnodiging (die per aangetekende post is verstuurd) niet afgehaald heeft op zijn afhaallocatie. De rechtbank heeft daarom contact opgenomen met verzoeker. Verzoeker heeft telefonisch medegedeeld dat hij zijn verzoek wilde intrekken omdat de intrekkingsperiode van zijn keuringsbevoegdheid inmiddels voorbij was. Ook verklaarde verzoeker aan dat hij zijn griffierecht niet heeft betaald zodat de zaak niet behandeld zou worden. Ondanks de toezegging van verzoeker dat hij zijn verzoek om een voorlopige voorziening schriftelijk zou intrekken, heeft de rechtbank dit niet ontvangen.
2. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht door verzoeker niet is betaald. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [1] Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Gelet op de uitleg van verzoeker is het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar. Bovendien blijkt uit verzoekers verklaring dat hij geen spoedeisend belang meer heeft, omdat de intrekkingsperiode van zijn keuringsbevoegdheid voorbij is.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2023.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.