Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een burengeschil over het gebruik van een voetpad en de plaatsing van een schutting. Eiser stelt dat gedaagde onrechtmatig handelt door een poort in de schutting te plaatsen en het voetpad deels te benutten. Gedaagde vordert een verklaring voor recht dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan en dat hij eigenaar is van grond onder grensoverschrijdende bebouwing.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde door bevrijdende verjaring een erfdienstbaarheid van overpad heeft verkregen, aangezien de poort met toegangsdeur al voor 7 februari 2002 bestond en het gebruik onafgebroken was. De vordering van eiser tot verwijdering van de poort wordt afgewezen. De schutting uit 2018 overschrijdt de erfgrens, maar gedaagde heeft geen grove schuld en kan op grond van artikel 5:54 BW Pro de schutting handhaven tegen betaling van een schadeloosstelling van €250.
De vordering tot verlaging van de erfafscheiding tot 1 meter wordt afgewezen omdat dit een bestuursrechtelijke kwestie betreft. Proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Door verjaring is een erfdienstbaarheid van voetpad ontstaan en de schutting mag blijven staan tegen betaling van €250 schadeloosstelling; vordering tot verlaging erfafscheiding wordt afgewezen.