Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[betrokkene], uit [woonplaats] , betrokkene
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene, die zich in december 2018 ziekmeldde als koerier, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat hij op 26 december 2020 slechts 15,84% arbeidsongeschikt was, onder de vereiste 35% voor een uitkering.
Eiser, als bewindvoerder, betwistte deze beoordeling en stelde dat de beperkingen van betrokkene onvoldoende waren erkend, met name vanwege zwakbegaafdheid en fysieke klachten zoals whiplash. De rechtbank oordeelde echter dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts overtuigend en consistent was en dat er geen medische informatie was die de stelling van eiser ondersteunde.
De arbeidsdeskundige vond drie functies geschikt voor betrokkene, wat het UWV gebruikte om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. De rechtbank vond de argumenten van eiser onvoldoende om de vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst te wijzigen en concludeerde dat het UWV terecht de WIA-uitkering had geweigerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.