ECLI:NL:RBMNE:2023:4431

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 augustus 2023
Publicatiedatum
28 augustus 2023
Zaaknummer
561858 / HA RK 23-166
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens afwezigheid behandelend rechter

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in de hoofdzaak, alsmede tegen de Officier van Justitie, de griffier, de rechtbank Midden-Nederland, de rechtspraak, het Constitutioneel Hof van Sint Maarten en de overzeese gebieden en provincies. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder mondelinge behandeling.

De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek slechts kan worden gericht tegen een individuele rechter die de zaak behandelt. Omdat in de hoofdzaak nog geen behandelend rechter is toegewezen, is het wrakingsverzoek tegen de rechter niet-ontvankelijk. Daarnaast is het wrakingsverzoek tegen de overige genoemde functionarissen en instanties eveneens niet-ontvankelijk, omdat zij niet als individuele rechters in de hoofdzaak optreden.

De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk en bepaalde dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat er nog geen behandelend rechter is toegewezen en wraking alleen tegen individuele rechters mogelijk is.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 561858 / HA RK 23-166
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
25 augustus 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoeker),

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft met de op 21 augustus 2023 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief een verzoek tot wraking ingediend van de rechter in de procedure met zaaknummer 10666399 UC 23-5562 (hierna: de hoofdzaak). In diezelfde brief heeft verzoeker ook verzoeken ingediend tot wraking van de Officier van Justitie, de griffier, de rechtbank Midden-Nederland, de rechtspraak, het Constitutioneel Hof van Sint Maarten en de overzeese gebieden en provincies.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

Ten aanzien van de wraking van de rechter
2.1.
Op grond van artikel 36 Rv Pro kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen een rechter die de zaak behandelt.
2.2.
In de hoofdzaak is een dagvaarding aangebracht tegen 23 augustus 2023, op welke datum verzoeker (schriftelijk of mondeling) een conclusie van antwoord kon indienen. Na ontvangst van de dagvaarding heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek ingediend. Zodra een datum voor een mondelinge behandeling is bepaald of er een vonnis volgt, zal er een rechter aan de hoofdzaak worden toegewezen die de zaak inhoudelijk behandelt. In dat stadium bevindt de hoofdzaak zich nog niet.
2.3.
Nu er nog geen sprake is van een behandelend rechter, zal de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.
Ten aanzien van de wraking van de Officier van Justitie, de griffier, de rechtbank, de rechtspraak, het Constitutioneel Hof van Sint Maarten en de overzeese gebieden en provincies
2.4.
Over het verzoek tot wraking van de Officier van Justitie, de griffier, (alle rechters van) de rechtbank Midden-Nederland, de rechtspraak, het Constitutioneel Hof van Sint Maarten en de overzeese gebieden en provincies overweegt de wrakingskamer als volgt.
2.5.
Uit artikel 36 Rv Pro volgt dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen een individuele rechter die de hoofdzaak behandelt. Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen de Officier van Justitie, de griffier, alle andere leden van de rechtbank, de rechtspraak, het Constitutioneel Hof van Sint Maarten en overige overzeese gebieden en provincies is dus geen sprake van een wrakingsverzoek in de zin van de wet en verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in dit verzoek.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de andere betrokken partijen in de hoofdzaak en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 10666399 UC 23-5562 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. L.C. Michon en
mr. R.C. Stijnen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.F.Q. van Dooren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.