Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
[minderjarige] , geboren op [2006] te [geboorteplaats] ,
[de moeder] ,
Het procesverloop
- moeder, bijgestaan door mr. F.R.G. Drenth,
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging om ondersteuning aan de minderjarige en moeder voort te zetten, gezien de eerdere problematiek. Tijdens de zitting werd duidelijk dat zowel de minderjarige als moeder positieve ontwikkelingen hebben doorgemaakt. De minderjarige volgt een opleiding en heeft passende dagbesteding, terwijl moeder onder behandeling is en hulp ontvangt.
De GI wilde de situatie blijven monitoren, maar de kinderrechter oordeelde dat een ondertoezichtstelling niet bedoeld is voor louter monitoring. Er waren geen meldingen van overlast of incidenten meer, en het contact binnen de familie is verbeterd. De kinderrechter concludeerde dat er geen wettelijke gronden meer zijn voor verlenging van de ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 BW Pro.
Daarom werd het verzoek tot verlenging afgewezen. De beslissing werd mondeling uitgesproken op 21 februari 2023 en schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk via de griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is afgewezen wegens het ontbreken van doelen om aan te werken.