Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Verdachte kan niet als steker worden aangemerkt, hetgeen maakt dat hij – bij het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking – integraal dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Bovendien kan niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel bij aangever.
- Voor het onder 2 tenlastegelegde geldt dat niet kan worden vastgesteld dat er spullen bij aangever zijn weggenomen, laat staan dat dit door verdachte en de medeverdachten in nauw en bewust verband is gedaan. Evenmin kan worden vastgesteld dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij aangever.
- Voor het onder 4 tenlastegelegde geldt primair dat de stukken in het dossier onvoldoende steun bieden voor de verklaring van aangeefster, die haaks staat op de verklaring van verdachte. Subsidiair geldt dat het vereiste opzet op de mishandeling ontbreekt.
- Voor het onder 7 tenlastegelegde geldt dat er sprake is geweest van een onhandige, terugtrekkende beweging van verdachte hetgeen maakt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het vereiste opzet op de mishandeling te komen.
A: Spits gezicht.
V: Hoe kan je hem nog meer omschrijven?
A: Buitenlands, hij had een Arabisch accent volgens mij. Iets wat je bij Mocro maffia ziet.
A: 18 denk ik.
V: Je verklaarde net dat tegen je werd gezegd geef me alles, wanneer werd dat geroepen?
A: Hij zei dat direct.
A: Een machete.
Toen ging het allemaal erg snel. Ik zag dat één van deze jongens de passagiersdeur aan de bestuurderskant wilde openen. Ik weet niet meer welke jongen dit was. Ik weet niet of hij handschoenen droeg. Ik zag dat het hem lukte om het portier te openen. Ik zag dat de jongen wilde instappen, maar dit kon niet omdat [getuige 2] daar gedeeltelijk zat. Ik hoorde dat [getuige 2] en [slachtoffer 1] tegen diezelfde jongen zeiden: “Ga naar de bijrijdersstoel“. Ik zag dat die jongen vervolgens naar het portier van de bijrijdersstoel liep.
Ik zag dat de andere drie jongens meeliepen met hem in die richting. Na enkele seconden kwamen zij daar aan. Ik zag dat een jongen het bijrijdersportier opende en plaatsnam op de bijrijdersstoel in het voertuig. Ik zag dat [slachtoffer 1] nog steeds op de bestuurderstoel zat. Vervolgens hoorde ik [getuige 2] en [slachtoffer 1] zeggen: “Doe de deur dicht”. Ik zag dat deze deur niet werd gesloten. Eindstand, volgens mij zei [getuige 2] : ”Rij weg rij weg”. Op datzelfde moment gebeurde alles al. Ik zag dat iemand ineens een mes in zijn hand had. Dit was diezelfde persoon als welke plaats had genomen op de bijrijdersstoel en in de auto zat. Ik zag dat hij het mes in zijn rechterhand vasthield. Ik hoorde dat zij riepen: “Geef het, geef het, geef het”. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei: “Ik heb niks, ik heb niks”. Vervolgens zag ik dat die jongen een steekbeweging maakte met het mes richting [slachtoffer 1] . Ik zag dat [slachtoffer 1] werd geraakt in zijn buik, net boven zijn navel. Ik zag vervolgens iemand, één van de vier jongens, met een zwart handvuurwapen in zijn hand. Ik zag dat hij deze richting het voertuig hield en richtte. Ze probeerden gezamenlijk uit allerlei hoeken in de auto, behalve de kofferbak, spullen te pakken. [9]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2023;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 18 mei 2022, genummerd PL0900-2022140068-2, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 4 e.v. van het dossier met registratienummer PL0900-2022140353;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 23 mei 2022, genummerd PL0900-2022140068-2, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 41 e.v. van het dossier met registratienummer PL0900-2022140353.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2023;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 21 april 2022, genummerd PL0900-2022110341-2, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 13 e.v. van het dossier met registratienummer PL0900-2022111750;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 juni 2022, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 40 e.v. van voornoemd dossier.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2023;
- een in de wettelijk vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 21 april 2022, genummerd PL0900-2022110341-2, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 13 e.v. van het dossier met registratienummer PL0900-2022111750;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen van 21 april 2022, genummerd PL0900-2022110341-20, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 38 van voornoemd dossier.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een Pro Justitia rapport, psychologisch onderzoek, van 23 december 2022, opgemaakt door E.I.J. Peeters, GZ-psycholoog;
- een rapport van Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE) van 12 juli 2023.
9.BENADEELDE PARTIJ
- eigen risico ter hoogte van € 885,00;
- ziekenhuisdaggeldvergoeding ter hoogte van € 186,00;
- aanschaf camerasysteem + kosten montage ter hoogte van € 604,05;
- gederfde inkomsten ter hoogte van € 6.796,44;
- reiskosten ter hoogte van € 147,87;
- parkeerkosten bezoek ziekenhuis ter hoogte van € 48,00;
- kosten huishoudelijke hulp door ouders ter hoogte van € 385,00.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 45, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77za, 181, 285, 287, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;
11.BESLISSING
jeugddetentievan
2 (twee) jaren;
1 (één) jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;
- wijst de vordering tenuitvoerlegging van de door de kantonrechter op 11 januari 2021 opgelegde werkstraf voor de duur van 8 (acht) uren toe;
- beveelt dat voor het geval de werkstraf niet of niet naar behoren wordt verricht, deze wordt vervangen door 4 (vier) dagen jeugddetentie;
- wijst de vordering tenuitvoerlegging van de door de kinderrechter op 17 juni 2021 opgelegde werkstraf voor de duur van 20 uren toe;
- beveelt dat voor het geval de werkstraf niet of niet naar behoren wordt verricht, deze wordt vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie.