ECLI:NL:RBMNE:2023:4479
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging bewindvoerder tot afstand doen van testamentair fonds en legitieme portie
De bewindvoerder van de rechthebbende verzocht om machtiging om namens haar af te zien van het testamentair fonds en de legitieme portie uit de nalatenschap van haar moeder, die in 2014 testamentair was vastgelegd. De bewindvoerder stelde dat het testamentair fonds niet in het belang van de rechthebbende was, omdat zij voldoende eigen middelen heeft en het fonds financieel ongunstig uitpakt vanwege een hogere eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige Zorg.
De kantonrechter overwoog dat het feit dat de rechthebbende het geld momenteel niet nodig heeft, niet uitsluit dat dit in de toekomst anders kan zijn, zeker gezien mogelijke toekomstige wijzigingen in de financiering van de gehandicaptenzorg. De verhoging van de eigen bijdrage is gebaseerd op solidariteit binnen het sociale stelsel en weegt niet zwaar genoeg om het testament niet na te leven.
Daarnaast benadrukte de kantonrechter dat een testament in beginsel dient te worden uitgevoerd zoals de erflater dat heeft gewild, en dat de bepalingen omtrent het testamentair fonds kennelijk ten behoeve van de rechthebbende zijn opgesteld. Daarom werd het verzoek tot machtiging afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging om namens de rechthebbende afstand te doen van het testamentair fonds en de legitieme portie is afgewezen.