ECLI:NL:RBMNE:2023:4505
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij herziening bijstand
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van 19 december 2005 waarbij zijn bijstand over de periode 1998 tot en met 2001 was herzien, ingetrokken en teruggevorderd. Dit bezwaar werd in 2007 ongegrond verklaard, waartegen geen beroep werd ingesteld. In 2022 maakte eiser opnieuw bezwaar tegen hetzelfde besluit, dat door verweerder in januari 2023 kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser stelde dat hij niet op de hoogte was van eerdere besluiten en dat zijn bezwaren onvoldoende waren meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat eiser bekend was met het besluit van 19 december 2005 en het daaropvolgende besluit van 1 februari 2007, mede gezien eerdere procedures bij rechtbank en Centrale Raad van Beroep tussen 2015 en 2020. Omdat eiser niet tijdig tegen het besluit van 2007 was opgekomen, staat dit besluit vast en is het niet mogelijk opnieuw bezwaar te maken tegen het besluit van 2005.
Daarom is het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar ongegrond verklaard. Het bestreden besluit blijft in stand en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar is ongegrond verklaard.