ECLI:NL:RBMNE:2023:4521
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bedrijfsruimte toegewezen, ontruiming woonruimte afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid afhankelijke woning
In deze kort geding procedure vordert eiseres de ontruiming van zowel de bedrijfsruimte als de bovenwoning die door gedaagde sub 1 wordt gehuurd en door gedaagde sub 2 wordt onderverhuurd. De bedrijfsruimte wordt sinds januari 2023 niet meer gebruikt en er is een aanzienlijke huurachterstand van €137.320,56.
Gedaagde sub 1 is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek wordt verleend. Gedaagde sub 2 is wel verschenen en beroept zich op huurbescherming als onderhuurder van woonruimte. De kantonrechter oordeelt dat de ontruiming van de bedrijfsruimte toewijsbaar is vanwege de ernstige huurachterstand en stelt een ontruimingstermijn van 14 dagen vast.
De gevorderde ontruiming van de bovenwoning wordt afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat het een afhankelijke woning is zoals bedoeld in artikel 7:290 lid 3 BW Pro. De woning heeft een eigen opgang en huisnummer, een zelfstandige indeling met eigen badkamer, en er is geen nauwe bedrijfseconomische verbondenheid met de bedrijfsruimte. Dit betekent dat de huurbescherming voor woonruimte van toepassing kan zijn.
De proceskosten worden verdeeld: gedaagde sub 1 wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, terwijl eiseres de proceskosten van gedaagde sub 2 moet vergoeden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De bedrijfsruimte moet binnen 14 dagen worden ontruimd, de ontruiming van de bovenwoning wordt afgewezen.