Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 14 juli 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling op 26 augustus 2022 door verweerder is ontvangen op 7 september 2022. Het beroep is tijdig ingediend op 9 juni 2023.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt verweerder om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Dit is conform het uitgangspunt dat de rechtbank hanteert in soortgelijke zaken.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van € 50,-. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 14 april 2023 waarin de termijn tot 1 juli 2024 als standaardtermijn is vastgesteld.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht op een zitting en de rechtbank heeft het onderzoek gesloten. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers en griffier Hak op 7 augustus 2023.