ECLI:NL:RBMNE:2023:4536

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 augustus 2023
Publicatiedatum
4 september 2023
Zaaknummer
UTR 23/1359
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV

Verzoeker had beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV over zijn WGA-uitkering. Na een bezwaarprocedure wijzigde het UWV de beslissing en kende verzoeker een WGA-loonaanvullingsuitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Hierop trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat bij intrekking van het beroep vanwege gedeeltelijke tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de proceskosten kunnen worden vergoed op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het UWV stemde in met een forfaitaire vergoeding.

De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding vast op € 837,- en draagt het UWV op ook het griffierecht van € 50,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat voldoende informatie aanwezig was om het verzoek te beoordelen.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding van € 837,- en griffierecht van € 50,- wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1359

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. K. Aslan),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv),verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Op 30 april 2021 heeft verweerder bepaald dat verzoeker vanaf 24 juli 2021 in aanmerking komt voor een WGA-vervolguitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Op 20 januari 2023 heeft verweerder een beslissing op bezwaar genomen. Verweerder heeft bepaald dat de eerdere beslissing niet wijzigt. Daartegen heeft verzoeker op 1 maart 2023 beroep ingesteld.
Op 6 juli 2023 heeft verweerder de beslissing op bezwaar gewijzigd. Verzoeker is 80-100% arbeidsongeschikt geacht. Verweerder heeft bepaald dat verzoeker per 24 juli 2021 een WGA-loonaanvullingsuitkering krijgt.
Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 26 juli 2023 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft op 26 juli 2023 gereageerd op dit verzoek. In zijn reactie van 26 juli 2023 heeft verweerder meegedeeld dat hij zich conformeert aan een forfaitaire proceskostenvergoeding voor het indienen van een beroepschrift.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 837,- (1 punt voor het indienen door de gemachtigde van het inhoudelijke beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 50,- aan verzoeker betalen
(artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten van € 837,- toe;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.C. Hak, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.