Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:4580

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 mei 2023
Publicatiedatum
7 september 2023
Zaaknummer
UTR 22/5737
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.4 lid 4 sub c Wet natuurbescherming
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking jachtakte wegens rijden met ingevorderd rijbewijs en vrees voor misbruik

Eiser, houder van een jachtakte, kreeg deze ingetrokken door de korpschef van politie op 30 maart 2022 vanwege vrees voor misbruik. Het administratief beroep bij de minister werd ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland, die op 24 mei 2023 uitspraak deed.

De rechtbank oordeelde dat het rijden met een ingevorderd rijbewijs, een misdrijf, zwaar weegt en een redelijke grond vormt voor vrees voor misbruik van de jachtakte. Eiser voerde aan niet te weten dat hij niet mocht rijden, maar de rechtbank achtte dit een feit van algemene bekendheid. De persoonlijke gevolgen van intrekking zijn groot, maar de wet schrijft voor dat bij vrees voor misbruik de jachtakte moet worden ingetrokken zonder ruimte voor belangenafweging.

De rechtbank concludeerde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat het voorhanden hebben van wapens of munitie niet langer aan eiser kan worden toevertrouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan eiser toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de jachtakte wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5737
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. M.J.J.E. Stassen)
en

de Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. A. de Bruijn).

Inleiding

1. Eiser is houder van een jachtakte. Met het besluit van 30 maart 2022 (het primaire besluit) heeft de korpschef van politie de jachtakte van eiser ingetrokken. Het administratief beroep dat eiser bij de minister heeft ingesteld is met het besluit van 9 november 2022 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 24 mei 2023. Eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister waren hierbij aanwezig.
3. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, waarbij is gewezen op de mogelijkheid om daartegen in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Beoordeling van het beroep

4. De rechtbank stelt voorop dat het hebben van een jachtakte een bijzondere positie met zich meebrengt. Een houder van een jachtakte mag immers over een vuurwapen en munitie beschikken, terwijl daar in Nederland een verbod op geldt. De wet schrijft voor dat een jachtakte moet worden ingetrokken als het voorhanden hebben van wapens of munitie niet langer aan iemand kan worden toevertrouwd. [1] Wanneer er sprake is van ‘het niet langer kunnen toevertrouwen’ is verder uitgewerkt in de beleidsregel Circulaire wapens en munitie 2019. Er moet dan sprake zijn van ‘vrees voor misbruik’.
5. De rechtbank oordeelt dat de minister een redelijke afweging heeft gemaakt in het besluit van 9 november 2022 en op grond van de daar genoemde feiten en omstandigheden ‘vrees voor misbruik’ heeft kunnen aannemen. De minister heeft erop mogen wijzen dat van houders van een jachtakte wordt verwacht dat zij zich stipt aan wet- en regelgeving houden. Op 20 december 2021 is eiser door de politie staande gehouden vanwege een snelheidsovertreding. Daarbij is zijn rijbewijs ingevorderd. Vervolgens is eiser op 24 december 2021 nogmaals staande gehouden, omdat eiser op dat moment in zijn auto reed terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Dit tweede feit is een misdrijf en dat weegt zwaar. Eiser stelt weliswaar dat hij niet wist dat hij op dat moment niet mocht rijden, maar de rechtbank vindt het een feit van algemene bekendheid dat iemand niet mag rijden na een invordering van het rijbewijs. Eiser behoorde dit te weten, ook als hem dit niet expliciet is medegedeeld. De informatie die eiser ontving rondom de invordering van zijn rijbewijs maakt niet dat de rechtbank hier anders naar kijkt. Ook de rechtspraak waar eiser op wijst, maakt het voorgaande niet anders. In die zaken ging het namelijk om andere feiten en omstandigheden en niet over snelheidsovertredingen gevolgd door rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd.
6. De rechtbank onderkent dat de persoonlijke gevolgen van de intrekking van de jachtakte voor eiser groot zijn. Echter, als vrees voor misbruik wordt aangenomen, dan schrijft de wet voor dat de jachtakte ingetrokken moet worden. Er is dan geen ruimte meer voor een belangenafweging van (persoonlijke) omstandigheden die niet al bij de totstandkoming van de vrees voor misbruik zijn betrokken.
Conclusie
7. De minister heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat er vrees voor misbruik bestaat en dus dat het voorhanden hebben van wapens of munitie niet langer aan eiser kan worden toevertrouwd. De jachtakte is daarom terecht ingetrokken.
8. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. P.J. Naus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 5.4, vierde lid, onder c, van de Wet natuurbescherming (de Wnb).