ECLI:NL:RBMNE:2023:4668
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing gehandicaptenparkeerplaats onvoldoende onderzocht en vernietigd
Eiser maakt sinds 2011 gebruik van een gehandicaptenparkeerplaats, eerst bij een vorige woning en daarna bij zijn huidige woning. Het college besloot de gehandicaptenparkeerplaats bij zijn huidige woning op te heffen omdat eiser een eigen parkeerplaats heeft. Volgens het beleid wordt een gehandicaptenparkeerplaats in de openbare ruimte afgewezen als er een eigen parkeerplaats beschikbaar is, ongeacht of deze voldoet aan de CROW-richtlijnen.
Eiser betwist dat zijn eigen parkeerplaats bruikbaar is vanwege onvoldoende ruimte om in- en uit te stappen en wijst op onvoldoende onderzoek door het college. Het college baseerde zich op zes constateringen tussen april 2021 en maart 2022 dat de auto op de eigen parkeerplaats stond, maar ging niet in op de verklaring van eiser dat zijn vrouw de auto ook gebruikt en parkeert.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek onvoldoende is om te concluderen dat de eigen parkeerplaats bruikbaar is. Er is nader onderzoek nodig naar de bruikbaarheid, rekening houdend met de beperkingen van eiser en de feitelijke situatie. Het besluit wordt vernietigd en het college krijgt vier weken om een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot opheffing van de gehandicaptenparkeerplaats wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek.