Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:4718

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 september 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
562378 / HA RK 23-173
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak

De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland ontving op 6 september 2023 een wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen mr. C.P. Lunter, de rechter in de hoofdzaak met zaaknummer C/16/553099 / HL RK 23-11. De hoofdzaak was op 28 juni 2023 behandeld en op 26 juli 2023 door de rechter met een einduitspraak afgesloten.

De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek in principe in elke fase van de procedure kan worden ingediend, maar dat dit moet gebeuren vóór het wijzen van een einduitspraak. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak was ingediend, was verzoeker niet-ontvankelijk. Het feit dat verzoeker meende dat de rechter op een specifiek onderdeel niet had beslist, veranderde hier niets aan.

De wrakingskamer besloot daarom het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te verklaren. Er vond geen mondelinge behandeling plaats. De beslissing werd op 14 september 2023 in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 562378 / HA RK 23-173
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 14 september 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoeker),

1.De procedure

1.1.
De griffie van deze rechtbank heeft op 6 september 2023 een wrakingsverzoek ontvangen van de heer [verzoeker] . Het verzoekt strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer C/16/553099 / HL RK 23-11 (hierna: de hoofdzaak). Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. C.P. Lunter (hierna: de rechter).
1.2.
De hoofdzaak is op 28 juni 2023 door de rechter op zitting behandeld en er is op 26 juli 2023 einduitspraak gedaan.
1.3.
De rechter heeft niet berust in de wraking.
1.4.
Gelet op het hierna volgende heeft geen mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek plaatsgevonden.

2.De beoordeling

Einduitspraak in de hoofdzaak
2.1.
Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden
gedaan, maar moet worden ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen
van een einduitspraak is geëindigd (vgl. Hoge Raad 18 december 1998, ECLI:NL:HR: 1 998:AD2977).
2.2.
De rechter heeft in dit geval op 26 juli 2023 einduitspraak gedaan in de hoofdzaak door middel van een beschikking. Die beschikking is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak is geëindigd. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter de beschikking had gegeven en deze in het openbaar was uitgesproken. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het wrakingsverzoek werd gedaan. Dat verzoeker vindt dat er is nagelaten om op een specifiek onderdeel te beslissen in de einduitspraak maakt dit niet anders. De wrakingskamer zal verzoeker dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. A.F. Hermans en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.