ECLI:NL:RBMNE:2023:4722
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen rioolheffing voor opvang hemelwater op zelfstandig perceel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen aanslagen rioolheffing voor de jaren 2020 en 2021 opgelegd door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De aanslagen betroffen een bedrag van respectievelijk €221,89 en €228,32 voor het perceel aan een adres in Utrecht.
De rechtbank heeft de zaak op 11 augustus 2023 mondeling behandeld via beeldverbinding, waarbij de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren. De kern van het geschil betrof de vraag of de rioolheffing terecht is opgelegd voor een perceel dat hemelwater opvangt, maar geen eigen wateraansluiting of afvoer heeft.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen terecht zijn opgelegd omdat het perceel een zelfstandig onroerend goed betreft dat volgens de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2020 gemeente Utrecht afzonderlijk kan worden belast. Het feit dat het hemelwater indirect via andere percelen wordt afgevoerd, en het ontbreken van een eigen wateraansluiting, doet hieraan niet af.
De rechtbank erkende het gevoel van eiseres van dubbele betaling, maar benadrukte dat de Verordening bepaalt dat voor elk perceel afzonderlijk rioolheffing wordt geheven. Daarom zijn de aanslagen niet onrechtmatig of onjuist. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht blijft voor rekening van eiseres.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen rioolheffing 2020 en 2021 worden ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.