ECLI:NL:RBMNE:2023:4725

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 augustus 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
23/3184
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening om een urgentieverklaring toe te kennen vanwege ernstige woonomstandigheden met schimmel- en vochtproblemen, terwijl hij lijdt aan type 1 diabetes met nierschade. Het college van burgemeester en wethouders van Almere had het verzoek om urgentie eerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.

De voorzieningenrechter beoordeelde dat verzoeker weliswaar medische problemen heeft, maar dat er geen spoedeisend belang bestaat omdat verzoeker een andere woning heeft en het niet aannemelijk is dat onomkeerbare gezondheidsgevolgen zullen optreden als hij de uitspraak in de bodemprocedure afwacht. Ook is niet gebleken dat verzoeker voldoende heeft geprobeerd de eigenaar van de woning aan te zetten tot herstel van de gebreken.

Omdat geen spoedeisend belang aanwezig is, kan alleen worden toegewezen indien het besluit van het college evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit niet het geval is op basis van de overgelegde stukken. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg op 18 augustus 2023 en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor urgentieverklaring is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3184

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 augustus 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M. Flipse),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college

(gemachtigde: mr. J.H.S. Biervliet en K.K. Bahora).

Procesverloop

In het besluit van 9 maart 2023 (primaire besluit) heeft het college het verzoek om urgentie van verzoeker afgewezen.
Bij besluit van 11 juli 2023 heeft het college het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De voorzieningenrechter beoordeelt bij een verzoek tot voorlopige voorziening hangende een beroepsprocedure of het beroep een redelijke kans van slagen heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemprocedure niet. Voordat kan worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening moet worden beoordeeld of verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening.
Spoedeisend belang
3. Verzoeker heeft aangevoerd dat sprake is van een acute medische noodzaak voor hem en zijn gezin. Het is voor hen niet mogelijk om in hun huidige woning met schimmel- en vochtproblemen te verblijven. Verzoeker lijdt namelijk aan type 1 diabetes met nierschade. Daarvoor is een hygiënische woonsituatie van groot belang. Ook is de eigenaar van de woning niet voornemens om het probleem te verhelpen aangezien hij de woning wil verkopen. Om te voorkomen dat verzoeker met zijn gezin op straat komt, is het van belang dat urgentie wordt toegewezen.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van spoedeisend belang. Uit het dossier volgt dat verzoeker een woning heeft in [woonplaats] . In de gestelde omstandigheden ziet de voorzieningenrechter onvoldoende reden voor het oordeel dat van verzoeker niet gevergd kan worden dat hij de uitspraak op zijn beroep afwacht. Weliswaar heeft verzoeker stukken overgelegd waaruit blijkt dat verzoeker lijdt aan type 1 diabetes met nierschade, maar daaruit volgt niet dat er onomkeerbare gevolgen zullen voordoen als verzoeker en zijn gezin langer in de woning moeten verblijven. Verzoeker stelt dat de eigenaar van de woning de problemen niet wilt verhelpen aangezien hij de woning wil verkopen, maar niet is gebleken dat verzoeker heeft geprobeerd om de eigenaar van de woning aan te zetten tot het oplossen van de schimmel- en vochtproblemen in de woning.
Evident onrechtmatig
5. Omdat verzoeker naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang heeft, kan de door hem gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit van het college evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de nu overgelegde stukken niet evident is dat het bestreden besluit geen stand zal kunnen houden.
Belangenafweging
6. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van een spoedeisend belang en dat het bestreden besluit ook niet evident onrechtmatig is. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
18 augustus 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.