Eiser, een uitzendkracht bezorger, vroeg op 10 juli 2021 een WIA-uitkering aan na ziekte en ontvangst van Ziektewet-geld. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was, namelijk 3,17%. Na bezwaar en beroep werd het arbeidsongeschiktheidspercentage door een arbeidsdeskundige vastgesteld op 16,05%, nog steeds onvoldoende voor een uitkering.
De rechtbank beoordeelde of het UWV het percentage terecht had vastgesteld. Het medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd als zorgvuldig en begrijpelijk beoordeeld. De arts bezwaar en beroep had aanvullende beperkingen vastgesteld, maar er was geen bewijs van onjuistheid of medische tekortkomingen in de rapporten.
Eiser voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zijn beperkingen niet volledig waren meegewogen, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als terecht beschouwd. De rechtbank concludeerde dat het UWV het juiste besluit had genomen en verklaarde het beroep ongegrond.