Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van bevindingenvan 23 april 2021 volgt dat verbalisant [verbalisant 1] onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende heeft geverbaliseerd:
proces-verbaal van bevindingenvan 24 april 2021 volgt dat verbalisant [verbalisant 2] onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende heeft geverbaliseerd:
proces-verbaal van aangiftevan 23 april 2022 volgt dat aangeefster [slachtoffer 2] , blijkens dit proces-verbaal woonachtig aan de [adres] in [woonplaats] , onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard :
proces-verbaal van aangiftevan 23 april 2022 volgt dat aangever [benadeelde 1] , blijkens dit proces-verbaal woonachtig aan de [adres] in [woonplaats] , onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard :
proces-verbaal van verhoor verdachtevan 23 april 2022 volgt dat verdachte onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard (onder A):
formulier ademanalysevan 22 april 2021 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende:
proces-verbaal van aangiftevan 22 april 2022 volgt dat aangeefster [slachtoffer 1] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van bevindingenvan 22 april 2021 volgt dat verbalisant [verbalisant 4] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft bevonden:
Van contra-indicaties is niet gebleken. Volgens verdachte verkeerde hij in shock, maar dat is niet aannemelijk geworden gelet op zijn reactie vlak na zijn aanhouding.
Verdachte heeft meerdere verkeersregels overtreden. Hij heeft de stoptekens van de politie stelselmatig genegeerd. Hij heeft de maximumsnelheid in zeer ernstige mate overschreden. Daarnaast is hij van de weg geraakt en aan de linkerkant van de weg door een voortuin gereden, waardoor het hekwerk van de tuin op straat is komen te liggen en het voertuig van verdachte een kentekenplaat heeft verloren. Ook is verdachte tegen twee geparkeerde auto’s gereden. Als klap op de vuurpijl is verdachte ingereden op verbalisant [verbalisant 1] . Verdachte deed dit terwijl hij onder invloed was van alcohol. Gelet op de aard en aaneenschakeling van deze verkeersovertredingen is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
De rechtbank is van oordeel dat uit de aard en het samenstel van de hiervoor al omschreven gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder hij deze gedragingen heeft verricht, kan worden afgeleid dat hij opzet had op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Verdachte had een flinke hoeveelheid alcohol gedronken en is vervolgens in zijn voertuig gestapt, naar eigen zeggen omdat hij naar zijn (voormalige) partner en hun minderjarige dochter wilde. Hij is dus opzettelijk in beschonken toestand achter het stuur gaan zitten. Verdachte heeft meerdere stoptekens genegeerd en heeft uit alle macht en welbewust geprobeerd te ontkomen aan de politie. Verdachte heeft daartoe meerdere keren te hard gereden en is onder meer door een voortuin en tegen twee auto’s gereden. Uit deze handelwijze blijkt dat verdachte koste wat kost wilde ontsnappen aan de politie en zich daarom niets gelegen liet liggen aan de verkeersregels. Verdachte moet zich er daarbij bewust van zijn geweest dat hij de verkeersregels in ernstige mate schond. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte de verkeersregels opzettelijk in ernstige mate heeft overtreden.
Het is naar het oordeel van de rechtbank voorzienbaar dat (levens)gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als gevolg van het rijgedrag van verdachte. Dat in dit geval ook daadwerkelijk gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van een ander te duchten is geweest, blijkt wel uit de bewijsmiddelen. Verdachte is ingereden op verbalisant [verbalisant 1] , wat duidt op een (levens)gevaarlijke situatie. Zo is dat ook door verbalisant [verbalisant 1] ervaren. Verdachte heeft met grote snelheid in smalle straten binnen de bebouwde kom gereden. Daar is de aanwezigheid van kwetsbare verkeersdeelnemers reëel, zoals fietsers en voetgangers, ook tijdens de avondklok. Ook moest een auto snel uitwijken voor het voertuig van verdachte om een aanrijding te voorkomen. Verder is verdachte van de weg geraakt en door de voortuin gereden van een woning, waarvan de bewoner kort daarvoor thuis was gekomen van het uitlaten van de hond. Dit rechtvaardigt de reële vrees dat een aanrijding had kunnen plaatsvinden en daarbij personen zwaar lichamelijk letsel hadden kunnen oplopen of zelfs hadden kunnen overlijden. De rechtbank acht dan ook bewezen dat er – als gevolg van de verkeersgedragingen van verdachte – gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
€ 986,34, te vermeerderen met de wettelijk rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is voor het overige onvoldoende onderbouwd.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 45, 57, 302 van het Wetboek van Strafrecht en
- 5a, 7, 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;
een gedeelte van 4 (vier) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
ontzegtverdachte ter zake van het onder feit 5 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
12 (twaalf) maanden;
- 1 STK munitie (goednummer: G2812125);
- 1 STK munitie (goednummer: G2812127);
- 1 STK munitie (goednummer: G2812126);
- 1 STK munitie (goednummer: G2812129);
- 1 STK munitie (goednummer: G2812128);
- wijst de vordering van [verbalisant 1] toe tot een bedrag van € 1.250,00, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [verbalisant 1] van het toegewezen bedrag; vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2021 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [verbalisant 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 1] aan de Staat € 1.250,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 22 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [bedrijf] B.V. toe tot een bedrag van € 986,34 bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [bedrijf] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [bedrijf] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.