Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. Y. Demirci.
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten om een last onder dwangsom op te heffen die was opgelegd aan derde-partijen vanwege een vergrote kelder en dubbele bewoning van hun woonhuis.
De rechtbank oordeelt dat alleen de overtredingen waarop het dwangsombesluit betrekking had relevant zijn voor de beoordeling van de opheffing. Andere overtredingen zoals puin, grondwal en overkapping zijn niet relevant.
Vastgesteld wordt dat er concreet zicht op legalisatie bestaat omdat een ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage is gelegd die de overtredingen betreft. Eisers konden niet aantonen dat deze vergunning geen rechtskracht zal verkrijgen, ondanks verwijzing naar jurisprudentie over spuitzoneringsonderzoek.
De rechtbank concludeert dat het college de opheffing van de last onder dwangsom terecht in stand heeft gelaten en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot opheffing van de last onder dwangsom is ongegrond verklaard.