ECLI:NL:RBMNE:2023:5153
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging van de beslagvrije voet wegens onduidelijkheid berekening
Verzoekster heeft een lening van €13.000 afgesloten bij verweerder, die door rente en kosten is opgelopen tot circa €37.000. Verweerder heeft beslag gelegd op de AOW-uitkering van verzoekster, waarbij een beslagvrije voet van €950 wordt gehanteerd. Verzoekster woont in Duitsland en stelt niet rond te kunnen komen van dit bedrag, mede door de recente AOW-verhoging en het wegvallen van financiële steun van haar dochter.
De rechtbank oordeelt dat eerst duidelijk moet zijn waarop de huidige beslagvrije voet is gebaseerd voordat kan worden beoordeeld of deze verhoogd moet worden. Uit stukken blijkt dat de beslagvrije voet eigenlijk €811 zou moeten zijn, lager dan de gehanteerde €950. Verzoekster heeft onvoldoende informatie aangeleverd om de juistheid van de beslagvrije voet vast te stellen.
De hardheidsclausule kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegepast, maar verzoekster voldoet hier niet aan de criteria. Haar situatie, hoewel financieel krap, vormt geen uitzondering die een verhoging rechtvaardigt. Bovendien leidt een verhoging van de beslagvrije voet tot hogere maandelijkse aflossingen die de schuld alleen maar doen oplopen.
Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af en bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van de beslagvrije voet wordt afgewezen omdat niet kan worden vastgesteld of de huidige beslagvrije voet correct is berekend.