Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:5157

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 september 2023
Publicatiedatum
29 september 2023
Zaaknummer
563034 / HA RK 23-187
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter, rechtbank en rechtspraak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelt, de rechtbank Midden-Nederland en de rechtspraak. De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek slechts kan worden gericht tegen een individuele rechter die de zaak inhoudelijk behandelt. Omdat in de hoofdzaak nog geen behandelend rechter bekend was, werd het wrakingsverzoek tegen de rechter niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast werd het wrakingsverzoek tegen de gehele rechtbank, de rechtspraak en het constitutionele hof van de overzeese gebieden eveneens niet-ontvankelijk verklaard, omdat het wrakingsmiddel niet kan worden toegepast tegen een college of organisatie, maar alleen tegen een individuele rechter.

De wrakingskamer besloot tevens dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling zal worden genomen om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de rechter, de rechtbank en de rechtspraak.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 563034 / HA RK 23-187
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
27 september 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft met de op 9 september 2023 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief een verzoek tot wraking ingediend van de rechter in de procedure met zaaknummer 10508965 AC EXPL 23-1118 (hierna: de hoofdzaak). In diezelfde brief heeft verzoeker ook het verzoek ingediend tot wraking van de rechtspraak, de rechtbank Midden-Nederland en het constitutionele hof van de overzeese gebieden.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

2.De beoordeling

Ten aanzien van de wraking van de rechter
2.1.
Op grond van artikel 36 Rv Pro kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen een rechter die de zaak behandelt.
2.2.
In de hoofdzaak is nog geen behandelend rechter bekend. Er hebben slechts rolzittingen plaatsgevonden waarop verzoeker zijn conclusie van antwoord en zijn conclusie van dupliek heeft kunnen indienen. Zodra een datum voor een mondelinge behandeling is bepaald of er een vonnis volgt, zal een rechter aan de zaak worden toegewezen die de zaak inhoudelijk behandelt. In dat stadium bevindt de hoofdzaak zich nog niet.
2.3.
Nu er nog geen sprake is van een behandelend rechter, zal de wrakingskamer verzoeker voor wat betreft dit onderdeel van het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaren.
Ten aanzien van de wraking van de rechtbank en de rechtspraak
2.4.
Voor zover het verzoek betrekking heeft op wraking van (alle rechters van) de rechtbank Midden-Nederland, de rechtspraak en het constitutionele hof van de overzeese gebieden, overweegt de wrakingskamer als volgt.
2.5.
Uit artikel 36 Rv Pro volgt dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen een individuele rechter die de hoofdzaak behandelt. Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen alle andere leden van de rechtbank en de rechtspraak, is dus geen sprake van een wrakingsverzoek in de zin van de wet. Daarom is verzoeker ook voor wat betreft dit onderdeel van zijn verzoek niet-ontvankelijk.
Wrakingsverbod
2.6.
De wrakingskamer ziet aanleiding toepassing te geven aan artikel 39, vierde lid, Rv. Een volgend wrakingsverzoek van verzoeker, betrekking hebbend op de procedure met zaaknummer 10508965 AC EXPL 23-1118, zal niet in behandeling worden genomen. De reden hiervan is dat in het belang van de voortgang van de procedure voorkomen moet worden dat verzoeker door een hernieuwd wrakingsverzoek misbruikt maakt van het wrakingsmiddel.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, andere betrokken partijen en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 10508965 AC EXPL 23-1118 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;
3.4.
bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de zaak met het zaaknummer 10508965 AC EXPL 23-1118 niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mrs. A.F. Hermans en M.M. Janssen-Witteveen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.