De zorginstelling [naam] c.s. heeft de zorgovereenkomst met [onderbewindgestelde] beëindigd en de huurovereenkomst voor het zorgappartement gekoppeld aan deze zorgovereenkomst opgezegd. Ondanks de opzegging heeft [onderbewindgestelde] het appartement niet verlaten, waarna [naam] c.s. een kort geding startte om ontruiming af te dwingen.
De kantonrechter stelt dat voor toewijzing van de vordering een spoedeisend belang en voldoende aannemelijkheid van de feiten vereist zijn. Er is sprake van een verstoorde vertrouwensrelatie en onhygiënische omstandigheden in het appartement die ernstige gezondheidsrisico's opleveren. De zorginstelling kan geen passende zorg meer bieden en heeft dit door het zorgkantoor laten toetsen.
De huurovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met de zorgovereenkomst, die rechtsgeldig is beëindigd. [onderbewindgestelde] weigert echter het appartement te verlaten, terwijl er wachtlijsten zijn voor zorgappartementen. De kantonrechter oordeelt dat ontruiming gerechtvaardigd is en legt een termijn van twee weken op, met een dwangsom van € 500 per dag tot maximaal € 5.000. De kosten van ontruiming en proceskosten worden aan de bewindvoerder opgelegd.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.