Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: [verweerster]
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van een zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) tot het uitspreken van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet. De schuldenaar heeft een schuldregeling aangeboden waarbij alle schuldeisers, inclusief een preferente schuldeiser, een uitkeringspercentage van 21,5% ontvangen. Een schuldeiser, die bijna de helft van de totale schuld vertegenwoordigt, weigerde echter in te stemmen.
De rechtbank oordeelde dat het aangeboden akkoord voldoet aan de wettelijke eisen en dat het verzoekschrift voldoende inzicht geeft in de financiële situatie van de schuldenaar, inclusief recente jaarstukken en een saneringskrediet. De schuldenaar heeft een woning verkocht en een erfenis ontvangen, waarvan de opbrengsten worden ingezet voor de schuldregeling.
Hoewel de schuldeiser bezwaren had over de betrouwbaarheid van de gegevens en de afloscapaciteit, achtte de rechtbank deze niet voldoende om de weigering tot instemming te rechtvaardigen. De belangen van de schuldenaar en de overige schuldeisers wegen zwaarder dan het belang van de schuldeiser die weigert. De rechtbank beveelt daarom de schuldeiser tot instemming met de schuldregeling en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser tot instemming met het dwangakkoord en wijst het verzoek toe.