Op 29 januari 2023 gooide verdachte een keukenmes in de richting van een politieagente in Utrecht. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor opzet op zwaar lichamelijk letsel, waardoor verdachte werd vrijgesproken van poging tot zware mishandeling. Wel werd vastgesteld dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan bedreiging.
Tijdens de terechtzitting op 10 augustus 2023 werden camerabeelden getoond die bevestigden dat het mes op enkele meters afstand van het slachtoffer op de grond viel, zonder haar te raken. De rechtbank nam ook de beschermende kleding van de politieagente mee in haar overwegingen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de samenleving, en het strafblad van verdachte, waaronder een eerdere bedreiging en een zorgmachtiging vanwege een bipolaire stoornis. Gezien de verminderde toerekeningsvatbaarheid legde de rechtbank een gevangenisstraf van tien dagen op, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werden in beslag genomen verdovende middelen onttrokken aan het verkeer. De rechtbank sprak het primair ten laste gelegde niet bewezen en veroordeelde verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde feit van bedreiging.