Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiser sub 1] en [eiser sub 2] , uit [plaats] , eisers,
[Derde partij] B.V.uit [plaats] (vergunninghouder).
Rechtbank Midden-Nederland
Het appelverwerkend bedrijf op een perceel in een agrarisch gebied werd in 2019 door brand verwoest. Vergunninghouder vroeg om een omgevingsvergunning voor herbouw, die het college verleende met toepassing van de kruimelgevallenregeling vanwege strijd met het bestemmingsplan. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het handhaven van deze vergunning.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht van zijn beleidsruimte gebruik heeft gemaakt om af te wijken van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan past binnen een goede ruimtelijke ordening. De activiteiten van vergunninghouder worden gezien als een ontwikkeling passend binnen het agrarische gebied, ondanks dat het geen grondgebonden bedrijf is.
Verder beoordeelt de rechtbank de geluidsoverlast en verkeersbewegingen en concludeert dat het bouwplan niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het verzoek tot aanvullende geluidmetingen en handhaving van een erfsingel wordt afgewezen. Ook een verzoek om planschadevergoeding wordt niet toegewezen omdat dit een aparte procedure vereist.
De rechtbank stelt vast dat de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan de redelijke termijn heeft geduurd en kent eiser een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe. Het beroep van eiser wordt inhoudelijk ongegrond verklaard, het beroep van mede-eiser niet-ontvankelijk. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de immateriële schade en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.